Huidaandoeningen

Mijten

Bij Friese paarden en andere rassen met veel behang komen mijtinfecties veel voor. De mijten bevinden zich vooral op de onderbenen. De mijten veroorzaken jeuk waardoor het paard vaak staat te stampen en zijn benen langs elkaar schuurt. Een mijtinfectie is goed te behandelen door de benen te wassen met een middel tegen schurftmijten.

Mok

Mok is een verzamelnaam voor huidproblemen in de kootholte.

Mok wordt veroorzaakt door bacteriën. Bacterien kunnen niet door een gezonde huid heen dringen. De huid is vaak beschadigd door modder, regen of kleine wondjes. Hierdoor krijgen bacterien de kans om binnen te dringen.

Symptomen van mok zijn opstaande haren, korstjes en exsudaat op de paardenbenen. Mok komt het meeste voor in de kootholte en rond de kroonrand, maar het kan ook hoger op het been voorkomen. Mok komt vaker voor op witte benen met een roze onderhuid en bij paarden met veel behang (friezen, shires etc).

De behandeling van mok moet vanaf het eerste begin goed worden aangepakt. In de eerste plaats is het belangrijk alle korstjes en exsudaat te verwijderen. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van betadineshampoo. Daarna moet het been goed droog worden gemaakt. Vervolgens moet tweemaal daags een mokzalf worden aangebracht. Een goed werkzame mokzalf bevat antibiotica en ontstekingsremmers die de aangetaste huid tot rust brengen. Deze zalf is uitsluitend bij uw dierenarts verkrijgbaar.

Wanneer het been dik wordt of wanneer het paard kreupel gaat lopen is het verstandig het paard met antibiotica te behandelen.

Als de mok helemaal genezen is, is de nieuwe huid vaak erg dun en gevoelig. Een verzorgende zalf kan dan uitkomst bieden.

Het is natuurlijk beter om mok te voorkomen. Als het paard modderige benen heeft is het beter de modder te laten drogen en er dan af te borstelen dan om de benen helemaal nat te spuiten.

Schimmel

Een schimmelinfectie begint vaak met kleine bultjes met opstaande haren. Vervolgens ontstaan er ronde, kale plekken. Een schimmelinfectie is besmettelijk, zowel voor paarden als voor mensen! Zorg dus voor een goede hygiëne als uw paard een schimmelinfectie heeft. Nadat de diagnose is gesteld bestaan er twee behandelmethoden. Eén is wassen met Imaverol 4 á 5 maal om de 4 dagen. De tweede methode is enten met Insol Dermatophyton tweemaal met een interval van 14 dagen.

Dermatophilose

Deze huidaandoening wordt veroorzaakt door een bacterie die de huid binnendringt via kleine schaafwondjes. Het komt vaker voor bij paarden die buiten lopen in regenachtig weer.
De plekken komen meestal voor op de rug van het paard. Er ontstaan korstjes met aan de onderkant een puslaagje. Als de korstjes verwijderd worden ontstaat een roze kale plek. Dermatophilose is redelijk goed te behandelen met antibiotica, goede verzorging van de huid en rust.

Staart en maneneczeem

Een allergische reactie op insectenbeten in één van de belangrijkste oorzaken van jeuk bij het paard. Het culicoides-mugje speelt hier een belangrijke rol in, maar ook andere insecten kunnen jeuk veroorzaken. De jeuk wordt veroorzaakt door een overgevoeligheidsreactie op componenten van het speeksel van de insecten. Culicoides muggen zijn 1 tot 3 mm groot en veroorzaken een pijnlijke beet. Aangezien de larven zich, behalve in mest en rottende vegetatie, met name ontwikkelen in stilstaand water, komen deze muggen vooral voor in vochtige gebieden. De muggen zijn het meest actief gedurende zonsopkomst en zonsondergang en alleen bij een voldoende hoge omgevingstemperatuur, hoge luchtvochtigheid en weinig wind. In Nederland komt insectenovergevoeligheid alleen in het voorjaar/zomer voor, maar in warmere landen kan de aandoening gedurende het hele jaar voorkomen.

De aandoening kan bij ieder ras, bij ieder geslacht en op iedere leeftijd voorkomen. Bij paarden jonger dan 2 jaar wordt het zelden gezien. Bij pony’s komt het vaker voor dan bij paarden. Hoe ouder het paard/pony wordt hoe heftiger de symptomen zullen worden. Naast omgevingsfactoren spelen ook erfelijkheidsfactoren een rol.

Symptomen: Het meest zien we laesies ten gevolge van schuren aan gezicht, oren, hals, schoft, schouders, kruis en staartbasis. Echter ook de onderkant van de buik kan zijn aangedaan. Insectenovergevoeligheid wordt gekenmerkt door hevige jeuk. Als gevolg van schuren ontstaan laesies met korsten en kaalheid tot gevolg. De aangedane huid is erg gevoelig. Door de zeer hevige jeuk zullen de Zomereczeempaarden zichzelf krabben, bijten, schuren tegen voorwerpen in de omgeving (hekken, palen, bomen etc.). De jeuk en de irritatie kunnen het temperament van het paard beïnvloeden, zodat de paarden angstig en nerveus zijn en minder gaan eten. Met name de afgeschuurde manen en staart van het paard vindt de eigenaar vaak een probleem.

Therapie: De belangrijkste benadering bij de behandeling van insectenovergevoeligheid is het voorkomen van blootstelling aan de insecten.

Gedurende de zwermtijden van de insecten, tijdens zonsopgang en zonsondergang, kunnen de paarden op stal worden gehouden. De stallen kunnen voorzien worden van fijnmazige horren die men kan inspuiten met een insecticide. De mazen moeten zeer fijn zijn, want de mugjes zijn erg klein. Een ventilator in de stal kan ook bijdragen aan het buiten houden van de mugjes. Ook gebruik van muggendekens is vaak een goede oplossing.

Insectenwerende middelen en insecticiden zoals pyrethrines kunnen gebruikt worden. Het met een laagje olie bedekken van de haren van manen en staart maakt het de mugjes moeilijk om de huid te bereiken. Dit is echter zeer bewerkelijk en rommelig en vaak niet succesvol.

Regelmatige wasbeurten met speciale shampoos verwijderen korsten en schilfers en verminderen ook de jeuk. Wanneer ernstige huidlaesies geïnfecteerd zijn, kunnen ze gewassen worden met een desinfecterende shampoo.

In geval van aanhoudende, hevige jeuk kunnen corticosteroïden door het voer worden gegeven of worden gespoten. Soms echter zijn hoge doseringen nodig en de behandeling werkt niet goed als die niet wordt gecombineerd met een goede insectenwering. Een behandeling met corticosteroïden verhoogt de kans op hoefbevangenheid.

Een andere, zeer succesvolle, behandelmethode is het dagelijks insprayen van de aangedane plekken met een corticosteroid-bevattende spray. Doordat de spray slechts lokaal wordt gebruikt (alleen op staart en manenkam) is de bijwerking van verhoogd risico op hoefbevangenheid te verwaarlozen.

Sommige eigenaren verklaren dat het voedingssupplement MSM (methylsulfonylmethane) de jeuk vermindert. Wetenschappelijk onderzoek is hiernaar nog niet uitgevoerd.

Wratten cq. Huidtumoren

Wratten zitten bijna altijd alleen aan het hoofd en dan voornamelijk om de mond en op de neus. Ze komen het meeste voor bij jonge paarden. Meestal verdwijnen ze na verloop van tijd vanzelf. Zitten de wratachtige bobbels elders op het lichaam dan zijn dit meestal zogenaamde sarcoïden, huidtumoren. Als het er maar 1 is kan deze operatief verwijderd worden met het risico dat hij toch weer op dezelfde plek terugkomt. Zijn het er meerdere dan kunnen injecties met zogenaamde cytostatica  worden gegeven in de tumoren.

Bij schimmels komen onder de staart en zelfs aan de darmen tumoren voor. Deze zogenaamde melanomen groeien redelijk agressief en zijn niet of nauwelijks te behandelen.

Urticaria

Urticaria zijn prominerende huidverdikkingen die ontstaan door oedeem in de onderhuid. Urticaria kunnen snel (soms binnen enkele minuten) ontstaan en ook weer snel (binnen enkele uren) verdwijnen. In het algemeen berust de aandoening op een allergische reactie. Het kan bijvoorbeeld een reactie zijn op brandnetels, bepaalde chemicaliën, geneesmiddelen of bepaalde voedermiddelen.

Urticaria ontstaan meestal op vele plaatsen tegelijk. Ze gaan meestal niet gepaard met jeuk.

Er moet geprobeerd worden de oorzaak van de urticaria op te sporen. Soms kan het toedienen van medicijnen het herstel versnellen.

Nodulaire necrobiosis

Bij deze aandoening ontstaan knobbels in de huid die niet pijnlijk zijn en geen jeuk veroorzaken. De oorzaak is onbekend. De knobbeltjes zitten met name op de rug, hals en flanken. Het is meestal niet nodig een therapie in te stellen. Soms verdwijnen de knobbels spontaan, maar zij kunnen ook snel weer terug komen.

Pemphigus

Bij deze aandoening worden er antilichamen gevormd tegen de eigen huid-antigenen. Het is dus een auto-immuunziekte. Er ontstaan blaren, gevolgd door korstvorming, met name op het hoofd en de benen. De aandoening gaat vaak gepaard met oedeem, vermageren en algemeen ziek zijn. De prognose is dubieus. Vaak is een levenslange therapie nodig.

Droes

Droes is een zeer besmettelijk aandoening die wordt veroorzaakt door de Streptococcus equi equi bacterie. De aandoening komt het meeste voor bij paarden in de leeftijdsgroep van 1 – 5 jaar, maar ook oudere paarden kunnen de ziekte krijgen. Als een paard eenmaal droes heeft gehad is hij in 75% van de gevallen voor ten minste 4 jaar immuun voor de bacterie.

De bacterie wordt overgedragen door direct contact tussen paarden waarbij met name de  neusuitvloeiing en de pus uit de lymfeknopen zeer besmettelijk zijn. Ook gecontamineerde borstels, halsters, kleding etc kunnen de bacterie overdragen.

Paarden die de aandoening hebben door gemaakt blijven nog een aantal weken besmettelijk. S. equi infecteert alleen paardachtigen (paarden en ezels).

Wanneer een paard in contact is gekomen met de S. equi bacterie zal de bacterie zich in de lymfeknopen van de keel vestigen. Hier gaat de bacterie zich vermenigvuldigen. Het paard krijgt koorts, wordt suf en heeft een verminderde eetlust. Vervolgens krijgt het paard pussige neusuitvloeiing. De lymfeknopen in de keel gaan zwellen, binnen 7 – 10 dagen na de eerste symptomen zullen de abcessen in de lymfeknopen open barsten. Wanneer de abcessen zo groot zijn dat ze normaal ademhalen beperken dan moet ze worden opengemaakt. In alle andere gevallen is het beter af te wachten totdat de abcessen rijp zijn en vanzelf open gaan. Om dit proces te bevorderen kunnen de abcessen worden ingesmeerd met trekzalf. De meeste paarden zijn gemiddeld 4 weken ziek.

Paarden die droes hebben mogen niet met antibiotica behandeld worden. Dit remt namelijk de rijping van de abcessen waardoor het nog langer duurt voordat het paard weer beter is. Paarden die in contact zijn geweest met de droesbacterie en alleen koorts hebben en nog geen zwelling van de lymfeknopen kunnen wel met antibiotica behandeld worden. Paarden met droes dienen geïsoleerd te worden om de te voorkomen dat andere paarden ook besmet worden.

Heeft uw paard een onbekende huidaandoening? Met behulp van een biopt kan er vrijwel altijd een diagnose worden gesteld! Bel voor een afspraak 06 - 410 480 73.