Castratie van de hengst

Een groot deel van de hengsten wordt gebruikt in de sport of voor recreatieve doeleinden. Hierbij is het voortdurend uiten van hengstengedrag vaak lastig. Dit gedrag wordt veroorzaakt door het mannelijk geslachtshormoon testosteron, dat gemaakt wordt in de testikels (zaadballen). Het doel van de castratie is dus niet alleen het uitschakelen van de zaadproductie, maar vooral het uitschakelen van de productie van testosteron.

Wanneer castreren?
Door het dier langer hengst te laten kunnen sommige exterieurkenmerken zich beter ontwikkelen (zwaardere bespiering, meer hals). Wanneer de eigenaar hier belang aan hecht zal het dier op latere leeftijd (bijvoorbeeld 3-4 jaar) gecastreerd moeten worden

Afhankelijk van de gekozen castratiemethode kan ook het seizoen van invloed zijn op het moment van castreren. Dit is vooral van belang wanneer er een castratiemethode gebruikt wordt waarbij de operatiewonden niet gesloten worden. Het voorjaar is dan de beste tijd; de weiden staan vol met gras en het aantal insecten is ten opzichte van de zomer nog gering. Dit betekent dat er voor het paard direct na de castratie een ‘schone’ omgeving is, waar het dier kan herstellen van de ingreep.

In de praktijk komt het erop neer dat de meeste hengsten gecastreerd worden als ze 1-2 jaar oud zijn.

Voorbereiding voor de operatie
Voordat met de operatie wordt begonnen moet eerst een zorgvuldig algemeen onderzoek van de hengst gedaan worden. Als het dier niet gezond is kan de operatie beter uitgesteld worden. Ook wordt gecontroleerd of beide testikels wel volledig zijn afgedaald in het scrotum. Als het dier een klophengst blijkt te zijn moet de castratie door een ervaren chirurg in een kliniek worden uitgevoerd. Voor de operatie moet het paard tegen tetanus geënt zijn.

 
Meerdere methoden….
In de loop der jaren zijn er verschillende methoden ontwikkeld om hengsten te castreren. Iedere methode heeft zijn voor- en nadelen. Er is niet één bepaalde methode als beste te bestempelen.

De half-bedekte methode
Er wordt een snede gemaakt in de huid van het scrotum, in het onderhuids bindweefsel en in de direct daaronder gelegen uitstulping van het buikvlies. De snede is zo groot dat de gehele testikel gemakkelijk naar buiten gehaald kan worden. De zaadstreng met daaromheen het buikvlies wordt gekneusd en daarna afgebonden met een hechting. De testikel wordt verwijderd door de zaadstreng met de uitstulping van het buikvlies door te knippen onder de hechting. De andere testikel wordt op dezelfde manier verwijderd. De wonden in het scrotum worden niet gehecht maar open gelaten, zodat wondvocht dat na de operatie geproduceerd wordt goed kan afvloeien. De wonden groeien na verloop van tijd vanzelf dicht. Omdat de zaadstreng samen met de daaromheen gelegen uitstulping van het buikvlies is afgebonden, bestaat er geen open verbinding tussen de buikholte en het scrotum. De half-bedekte methode kan zowel bij het liggende paard onder algehele narcose als bij het staande paard castratie hengsten 0951.JPGworden uitgevoerd.

De onbedekte methode
Ook nu wordt door een snede in het scrotum de testikel volledig naar buiten gehaald. Vervolgens wordt alleen de zaadstreng gekneusd en afgebonden. De zaadstreng is dus niet omgeven door de uitstulping van het buikvlies, vandaar de naam ‘onbedekte’ castratie. De zaadstreng wordt daarna doorgeknipt zodat de testikel verwijderd kan worden. Ook nu worden de wonden in het scrotum open gelaten. De onbedekte methode is eenvoudiger en sneller. Maar na een onbedekte castratie ontstaat er tijdelijk (een aantal dagen) een open verbinding tussen de buikholte en de buitenwereld. Er kunnen bacteriën in de buikholte komen waardoor een buikvliesontsteking kan ontstaan. Het is echter ook mogelijk dat darmen naar buiten komen. Wanneer in dat geval niet heel snel deskundig wordt ingegrepen is dit fataal voor het dier. De kans dat dit gebeurt bedraagt ongeveer 0.8%.

De gesloten castratie volgens Müller
Deze methode wordt aan het liggende dier onder algehele narcose in een kliniek uitgevoerd. Het scrotum wordt geopend en de testikel wordt verwijderd nadat de zaadstreng is afgebonden. Daarna wordt het scrotum weer gesloten door de operatiewonden te hechten. De kans op complicaties is bij deze methode erg klein.
    
De gesloten castratie over de lies
Er wordt geen snede gemaakt in het scrotum maar in de lies. Daar wordt de zaadstreng opgezocht. Deze wordt gekneusd, afgebonden en doorgesneden. De wond in de lies wordt netjes dicht gehecht. De kans op complicaties tijdens en na de ingreep is heel klein.

De laparoscopische castratie
Dit is in feite een kijkoperatie in de buik. De castratie wordt uitgevoerd aan het staande dier. Met behulp van lange instrumenten worden in de buikholte de bloedvaten in de zaadstreng afgebonden en wordt de zaadstreng door geknipt. Het gevolg daarvan is dat de testikels geen bloed meer krijgen. Ze verschrompelen en maken dan geen zaadcellen en ook geen mannelijk geslachtshormoon meer. Er worden in totaal 6 heel kleine wondjes gemaakt, in elke flank 3. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving. De kans op complicaties is heel erg klein. Een nadeel is dat bij 5% van de gevallen één of beide testikels toch nog geslachtshormoon blijven produceren, waardoor het dier hengstengedrag blijft vertonen. Het is daarom gebruikelijk om 1 week na de operatie een bloedmonster te nemen en hierin het testosterongehalte te laten bepalen.

Nazorg
Een pas gecastreerde ruin heeft, afhankelijk van de manier waarop hij gecastreerd is, speciale zorg nodig. Zo zal een paard dat onder narcose is geweest enige tijd nodig hebben om te herstellen en om weer vast op de benen te gaan staan.

Bij alle dieren die gecastreerd zijn zal controle van de wond moeten plaats vinden, gedurende meerdere dagen. Een manier om wondzwelling te voorkomen, is het dier de mogelijkheid te geven om licht in beweging te blijven, bijvoorbeeld in de wei. Als geen complicaties optreden zal het dier snel van de operatie herstellen en na enkele dagen alweer lichte arbeid kunnen verrichten.

 Complicaties

Zwelling van het scrotum en de koker
dit is de meest voorkomende maar ook minst ernstige complicatie. In feite treedt na iedere castratie enige zwelling op, die na enkele dagen vanzelf weer verdwijnt. Het is belangrijk het dier na de operatie voldoende beweging te geven. Wanneer er teveel zwelling optreedt moet de dierenarts worden gewaarschuwd, meestal zijn één of beide wonden in het scrotum te vroeg dicht gegaan. Het weer openen daarvan is dan voldoende om de zwelling te laten wegtrekken.

Ontsteking in het scrotum
Als er door besmetting met bacterien een ontsteking in het scrotum ontstaat, blijft dat veel te dik en komt er pus uit één of beide wonden. Het paard kan er ook ziek van zijn (koorts). Deskundige behandeling is dan nodig.

Ontsteking van de zaadstrengstomp
Dit is een vervelende complicatie. Ook nu blijft er pus uit één of beide castratiewonden komen. Vaak zal besloten worden om het dier met antibiotica te behandelen. In een aantal gevallen heeft dat succes, soms is een tweede operatie nodig waarbij de zaadstrengstomp met al het ontstoken weefsel verwijder wordt. Een dergelijke operatie moet in een kliniek plaatsvinden.

Nabloeding
Soms druppelt er nog een tijdje bloed uit de wond. Dit bloed komt dan uit de ingesneden huid of uit het onderhuidse bindweefsel. Dergelijke kleine bloedingen stoppen vanzelf. Wanneer het bloed echter in een straaltje uit de wond loopt, is sprake een ernstige bloeding, waarbij het bloed uit de zaadstreng komt. Bij verdenking van een zaadstrengbloeding moet het paard zo snel mogelijk naar een kliniek worden gebracht.

Uittreden van darmen via de wond
Dit is de meest gevreesde complicatie. Gelukkig komt het niet vaak voor. De kans erop is het grootst na een onbedekte castratie of na een half-bedekte castratie waarbij de zaadstreng en tunica vaginalis niet zijn afgebonden. Wanneer het optreedt moet met de grootste spoed deskundig worden gehandeld.

Mannelijk gedrag na castratie
Dit kan veroorzaakt worden door het niet of onvoldoende wegnemen van één of beide testikels. Als er testikelweefsel is achtergebleven, blijft dat mannelijk geslachtshormoon produceren. Dit is dan in het bloed aan te tonen. Maar let op: sommige, met name oudere hengsten, kunnen ook als ze geen geslachtshormoon meer produceren, toch nog hengstengedrag blijven vertonen.

Ten slotte…
Wanneer u uw hengst wilt laten castreren moet u beslissen waar en door wie u dat wilt laten doen. U kunt hiervoor natuurlijk altijd met uw dierenarts overleggen. Aan een castratie in een kliniek zijn minder risico’s verbonden en het herstel van het dier zal doorgaans vlotter verlopen, maar de rekening is ook hoger.